Leraar: Dalai Lama
Vertaler Tibetaans-Engels: Geshe Thupten Jinpa
Vertalers Engels (gesproken)-Nederlands (geschreven): Nannike Buvelot en Sandra Westhoff
Deze les werd gegeven op: 17 september 2018 in Ahoy Rotterdam
PDF versie van deverzen (Tibetaans-Nederlands)  – PDF versie van vertalingPDF versie van voetnoten

Voorwoord van de vertaler:
Deze tekst is vertaald vanuit het gesproken woord in Engels en terug te kijken en luisteren via bovenstaand filmpje. Ik heb geprobeerd me zoveel mogelijk aan deze gesproken versie te houden, ten bate van de leeskwaliteit heb ik soms de zinsopbouw aangepast. De les is opgebouwd uit delen die de Dalai Lama in het Tibetaans vertelde en vervolgens vertaald werden door Geshe Thupten Jinpa. In de vertaling heb ik deze secties onderverdeeld in verschillende delen en daarbij de tijd zoals in het YouTube filmpje aangegeven benoemd. Ik ben geen ervaren vertaler, nog ben ik de Engelse taal vloeiend machtig. Mijn grote dank dan ook aan Nannike Buvelot die een belangrijke bijdrage heeft geleverd in het leesbaar en zoveel mogelijk foutloos maken van deze tekst. De reden voor het vertalen kwam voort vanuit mijn persoonlijke interesse en het voorrecht dat ik bij deze les life aanwezig mocht zijn.
In gassho; Sandra Westhoff

De Dalai Lama spreekt in Engels: 00:01:50 – 02:13:02
“Goedemorgen. Vandaag geef ik, hoe zal ik het zeggen, een les of uitleg over een klein boekje, de “Langtang Sike”. (Vertaling Jinpa:‘acht verzen van het trainen van de geest’.) De essentie van deze tekst is vooral ‘onbaatzuchtigheid’. Dus deze tekst kan, zoals mijn vriend opmerkte, nuttig zijn voor iedereen. Niet noodzakelijk voor boeddhisten, maar ook algemeen beoefenaars van Christendom, Islam, Jodendom, enz. Aangezien ze allen de boodschap van Liefde dragen. Over hoe dagelijks te oefenen. Een voordeel met sommige dikke boeken is dat ze je verveeld maken. Maar deze is klein, je kan hem in je zak houden. Toen ik jong was, ongeveer 15-16 jaar oud, ontving ik de leer uit dit boek en toen… vanuit mijn hart. Dus elke dag reciteer en reflecteer ik dit, erg behulpzaam. En ook behulpzaam wanneer we gaan vliegen en een vluchtvertraging hebben en dan wachten, herhaal gewoon dit, anders raak je misschien geïrriteerd e.d., dus erg behulpzaam. Dit is, denk ik, een wereldwijde uitleg over de basisstructuur over Boeddha-Dharma.”

De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 00:04:58 – 00:05:18
Tjinpa vertaald in Engels 00:05:18 – 00:05:24
“Boeddhisme is één van de grote wereldreligies die zijn oorsprong heeft in India.

De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 00:05:18 – 00:08:15
Tjinpa vertaald in Engels 00:08:15 – 00:12:09
Gewoonlijk leg ik uit dat tussen de grote wereldreligies met India als oorsprong: Boeddhisme, jaïnisme*1, en één vorm van sikhisme*2, allen oorspronkelijke Indiase traditie. In al deze drie basisreligies van India, wanneer we denken aan de oprichters van deze grote spirituele tradities, zoals de Boeddha, Mahavir*3 en de leraren van de sikhtraditie, is het een gegeven dat deze drie basistradities non-theïstisch waren. Het begrip van deze oprichters waren gewone mensen, die hun spiritueel begonnen …

[interruptie van de Dalai Lama] 00:08:58 – 00:09:02
In deze drie tradities, de leermeesters zoals de Boeddha, Mahavir*3 enzovoort, worden feitelijk gezien als mensen zoals wij, wie door het spirituele vraagstuk het stadium van verlichting bereikte. Deze grote leraren ondergingen hun spirituele praktijk en techniek van wat er in die tijd voorhanden was in het vroegere India. Deze technieken betrekken een éénpuntigheid van de geest zoals de shamatha-praktijk*4. Vipassana*5, wat meer een beredenerende en analytische manier van praktiseren is. Vipassana wat de samsarische staat*6 en meer gevorderde staat van bestaan omvat. Zo, het is gebaseerd op de toepassing van deze techniek, van cultiveren van hun geest, dat het mogelijk is om de staat te bereiken die deze grote leermeesters bereikt hebben. Nu, in het geval van de Boeddha, hij ging zich meer verdiepen in het begrijpen van de geest, één van de meest belangrijke focus was daarbij de analyse van de natuur van het bestaan van het Zelf. Wat is Zelf? Door dit diepe proces van onderzoek kwam de Boeddha tot de realisatie dat er niet zoiets is als een onafhankelijk Zelf dat onafhankelijk is van het lichaam. Daarom, als één onderwerp, het bestaan en de ware natuur van het Zelf, na zo’n kritisch onderzoek, was de uiteindelijke analyse dat er niet zoiets als een Zelf gevonden kan worden. Daarom staat er in de Boeddha’s geschriften, in de soetra’s bijvoorbeeld, “Boeddha heeft gezegd dat de notie van dat ‘ik ben’ de oorzaak is van ons probleem.” Alhoewel, als je gaat zoeken waar dat Zelf is, onze notie van ons Zelf zal uitwijzen dat het gewoon een zienswijze is die we hebben. Die zienswijze, als we gaan onderzoeken waarop het is gebaseerd, is dat op onze fysieke en mentale constitutie dat ons bestaan maakt, maar daaronder is het nergens te vinden.

Dan komt de vraag op of we niet bestaan? Is er niet zoiets als een persoon? Daarop maakt de Boeddha de volgende uitspraak in dezelfde soetra waarin hij zegt: “Op basis van de combinatie van de verschillende delen zoals het wiel, de spaken enzovoort, de notie van een zorgdrager komt uit onze geest.” Op dezelfde manier als op basis van de combinatie van de diverse fysische en mentale onderdelen dat de notie van een persoon tot profijt komt. Boeddha zegt dat het niet het geval is dat niets bestaat, er is een persoon op een zeker niveau, net zoals er een zorgdrager is, alhoewel op dezelfde manier als we die notie onderwerpen aan analyse en kijken wat er onder de basis van dat etiket zit, is er een onafhankelijk Zelf.

De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 00:12:09 – 00:13:09
De Dalai Lama spreekt in Engels: 00:03:10 – 00:13:21
Er is één ding dat ik altijd reciteer, maar momenteel is het moeilijk me te herinneren. [lachend]

Eén van de monniken spreekt (souffleert) in Tibetaans 00:13:21 – 00:13-30
De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 00:13:31 – 00:13:53
De Dalai Lama spreekt in Engels: 00:13:53
Nu herinner ik het mij.

De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 00:13:54 – 00:14:52
Tjinpa vertaald in Engels: 00:14:53 – 00:17:51
Om Boeddha’s inzicht uit te leggen over de waarheid van geen-zelf in een diepere weg, verwijst en legt Nāgārjuna*7, in zijn ‘Standaard van de middenweg’, uit: hoe karma*8 de karma-acties die zich projecteren in het bestaan van samsara*9 opkomen door onze onjuiste mentale projectie. Deze onjuiste mentale projecties zijn geworteld in een vasthouden aan het ware bestaan van dingen. Toeschrijvend aan een zelfstandig bestaan van dingen. Daarom is deze aantrekkingskracht aan het zelf bestaan van dingen echter ‘het fundamentele negeren’. Dat fundamentele negeren kan alleen verwijderd worden als we in staat zijn om te stoppen met het toevoegen van onjuiste beelden op de realiteit. Aan dat proces kan alleen een eind gemaakt worden door het realiseren van de waarheid van Leegte. Nāgārjuna’s student, Āryadeva*10 legt dit punt verder uit. Waarin hij zegt dat het lichaamsbewustzijn toestaat dat al het andere bewustzijn, zoals oogbewustzijn, oorbewustzijn enz. in dezelfde manier als oorspronkelijk negeren grijpt, in het object van het bestaan van al onze kennis, in het bijzonder onze emoties. En daarom de oorsprong is van al onze beproefde emoties. Dat dit oorspronkelijk negeren is wat grijpt in ons oorspronkelijk bestaan. Het is door het zien van de afhankelijke oorsprong, in term en van Leegte, dat iemand in staat is om een eind te maken aan dat hele proces en een eind te brengen aan dit fundamentele onwetendheid. Daarom zou een wijs persoon echt altijd verbonden moeten zijn met de redevoering van Leegte en beschouwing op Leegte. Vergelijkend legt Chandrakirti*11 in het ‘binnengaan van de middenweg’ uit dat wezens die betrokken zijn in dit bestaan, eerst met de notie van ‘ik ben’, dus het gevoel van een Zelf komt op en gebaseerd op het gevoel van ‘ik’ en ‘ik ben’ hebben we dan de notie op ‘mijn’ en ‘mijn dit’ en ‘mijn dat’ en ‘mijn eigen’, en op basis van de ‘ik’ en de ‘mijn’, maken we een heel netwerk van reacties en relaties naar de wereld om ons heen, en op deze manier veranderen we onszelf. Daarom is reflecteren op deze leringen en inzichten belangrijk. Er is één ding dat erg duidelijk wordt, hoe belangrijk het is om de zienswijze op geen-zelf te ontwikkelen of anātman*12.

De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 00:17:50 – 00:18:12
Tjinpa vertaald in Engels: 00:18:13 – 00:18:35
Dus alhoewel zoals eerder uitgelegd er andere non-atheïstische tradities zijn afkomstig uit India, zoals jaïnisme*1 en één vorm van de samkea traditie*2, maar het is alleen in het boeddhisme waar de leringen op geen-zelf is uitgelegd en onder ogen wordt gezien. Dus geen-zelf, het inzicht op geen-zelf is uniek voor de boeddhistische traditie.

De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 00:18:36 – 00:25:09
Tjinpa vertaald in Engels: 00:25:10 – 00:30:36
Nadat de Boeddha verlicht werd, volgens de geschriften, was de Boeddha gevraagd een leer te geven. Er is een mooie passage in de geschriften dat zegt dat: “Ik vond de waarheid die diepgaand en bedaard is, en vrij van denkbeeldige bevrijding en ongeconditioneerd. Het is als een nectar van onsterfelijkheid, maar omdat ik bang ben dat niemand het zal begrijpen, zal ik blijven zwijgen en in het bos blijven.” Boeddha karakteriseert de waarheid dat zich aandiende in termen van diepgaand, bedaard en vrij van conceptuele bewerking en ongeconditioneerd. Dit alles kan gezien worden als eigenschap van de leer van het geen-zelf (anātman*12). Of iemand kan ze ook apart begrijpen door te zeggen, diepgaand en bedaardheid verhoudt zich tot de leer van samsara*9 en nirvana*13 Dus de leer van de eerste draai van het Dharmawiel, wat de leer van de Vier Nobele Waarheden is, dat de relatie ‘oorzaak en gevolg’ uitlegt van hoe een zeker wezen in geboorte en samsara bestaan en hoe ware beoefening leidt tot vrijheid hieruit. Dit is het hart van de leer van de Vier Edele Waarheden.

De derde eigenschap: Vrijheid van conceptuele vrijheid of afwezigheid van vrijheid van conceptueel denken kan gezien worden als een onderdeel van Leegte dat de hoofdleer is van het tweede draai van het Dharmawiel. Wat hoofdzakelijk geworteld is in de acceptatie of primaire wijsheid, de Prajñāpāramitāsoetra*14. De derde en laatste eigenschap is helder, verlichtend en ongeconditioneerd.

Deze twee eigenschappen kunnen voorafgaand van de leer van de derde draai van het Dharmawiel, waar het belangrijkste onderwerp de Tathāgata*15, de Boeddha-natuur*16 is. De Boeddha-natuur is onvoorwaardelijk. Op deze manier kan iemand zien hoe de tweede draai van het Dharmawiel de nadruk legt op het onderwerp van Wijsheid.

De derde draai van het Dharmawiel is het belangrijkste onderwerp het verlichtende karakter van het onderwerp van de geest. Dus je kan zeggen dat er het onderwerp van helderheid en het voorwerp van helderheid is. Op deze manier kan iemand begrijpen dat de derde draai van het Dharmawiel een soort van stadium neerzet voor de verder gevorderde leer van het tevoorschijn komen van het hoogste niveau van de Tantra, waar de leer van helderheid veel meer ‘vrij ontwikkeld’ uitgelegd wordt . En als een inleiding tot de hoogste Yoga Tantra level, heb je voorafgaand aan het hoogste tantra niveau kriya*17, saora*18 en yoga. Dus op deze manier kan iemand begrijpen dat, zelfs in de eerste uitspraak van de Boeddha, direct na zijn verlichting, er een soort van anticipatie over wat er in de toekomst zal gebeuren met betrokkenheid van deze drie draaiingen van het Dharmawiel.

Natuurlijk ging de Boeddha uiteindelijk lesgeven en volgens de geschriften was dit getriggerd door sterke verzoeken van de aanwezigen zoals iemand als Godynaya en volgens de geschriften door niet-menselijke wezens als Brahman*19 e.d. Dus toen werd het verzoek gedaan aan de Boeddha om les te geven. De eerste publieke ceremonie die de Boeddha gaf was in Varanasi*20, in het hertenpark. En het onderwerp van die leer was de materie van de Vier Nobele Waarheden. De Vier Nobele Waarheden van wat we zien is: het lijden en zijn oorsprong en de zin en het pad dat lijdt naar de zin. Wat we zien is feitelijk twee zijden van oorzaak en gevolg.
Enerzijds zien we binnen oorzaak en gevolg, ‘het lijden en de oorsprong’, dat de eerste Nobele Waarheid is, is onderdeel van het menselijk zijn, met geboorte en de cyclus van het bestaan.
Anderzijds dat oorzaak en gevolg effect heeft op de zogenaamde ‘vrijheid van dat bestaan’. Dus je hebt, zou je kunnen zeggen, een beschadigde oorzaak en gevolg en een onbeschadigde, gezuiverd oorzaak en gevolg dat hierbij betrokken is.

De vierde Edele Waarheden, als deze verder uitgelegd, wordt uitgelegd in de zestien karakteristieken of eigenschappen van de Vier Edele Waarheden. Elk waarheid legt hij verder uit als vier aspecten zoals de karakteristieken van lijden: ontevredenheid, vergankelijkheid, geen-zelf, Leegte, enzovoort. Deze leringen van de Vier Edele Waarheden, inclusief de zestien aspecten…

[interruptie van de Dalai Lama]
De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 00:30:37 – 00:35:06
Tjinpa vertaald in Engels: 00:35:07 – 00:38:37
Dus in feite als je reflecteert op de zestien attributen van de Vier Edele Waarheden, geeft dat je een krachtig begrip van de belangrijkheid van de Boeddha’s leer op de Vier Edele Waarheden. Ik sprak over de vier aspecten van lijden: ontevredenheid, onbestendigheid, geen-zelf en Leegte.

En de vier onderdelen van het originele lijden zijn: oorzaak, omstandigheden, terugkerende, herhalende gedachtes. En wat hierbij behulpzaam is om deze onderdelen te verbinden met wat Asaṅga*21 uitlegt, de oorsprong van de hele geconditioneerde wereld. Asaṅga praat over drie condities: één is dat dingen en gebeurtenissen niet tot mensen komen als een gevolg van een soort van voorafgaand denken of ontwerp van een intelligente geest. Met andere woorden, ze komen niet door menselijke schepping. Verder zegt hij dat de route zelf aanleiding geeft dat de oorsprong van dingen vergankelijk moet zijn. Het punt is dat als de route zelf niet vergankelijk is, dan zou het geen capaciteit hebben om iets te produceren. Want als de oorzaak zelf niet het onderwerp van verandering is, hoe kunnen ze dan aanleiding geven tot condities die ook zelf veranderen. Dus de oorzaak zelf moet veranderlijk zijn. En verder moet er een relatie zijn tussen oorzaak en gevolg, niet alles produceert niets. Het is dus niet genoeg voor een oorzaak om veranderlijk te zijn maar oorzaak en gevolg moeten ook samenhangend zijn, ze moeten in relatie zijn, niet alles produceert alles. Dit zijn de vier eigenschappen van de oorsprong van lijden.

Dan de vier eigenschappen van Gewaarwording:
De eerste is een bereikte staat dat opkomt door een staat van toepassing van tegengif. De tweede oorzaak is dat het een staat van vrede is, want op het moment dat je er binnengaat is het een staat van ware vrede. De derde is dat een uitmuntende staat is. De laatste is dat het een permanente vrijlating is, het is niet dat je tijdelijk stopt, maar het leed komt terug, dus het is op het moment dat je de sensatie in gaat, dan is de gewaarwording permanent.

De vier eigenschappen van het pad zijn:
Een deel van de reis, wat het middel is. De tweede is dat het pad zelf gegrond is in redenen die rationeel zijn, die redelijk zijn. De derde eigenschap is dat het iets is wat beoefenend is. Het is niet iets wat opkomt door eenvoudigweg ‘wensvol denken’. Het brengt oefening met zich mee. Daarom is één van de eigenschappen van het pad de beoefening. En de laatste eigenschap van het pad is, dat het het ware tegengif is om een eind aan het leed te willen maken. Dus zelfs door simpele beschouwing kunnen de zestien eigenschappen van de Vier Edele Waarheden echt een gevoel geven van de kracht van de leer van de Vier Edele Waarheden.

Tjinpa vertaald in Engels gedeelte van voor de interruptie: 00:38:38 – 00:40:40
In het pad zelf, dat lijdt naar ware ervaring van het hart van het pad, is de realisatie van de waarheid van het geen-zelf. En hoe we daar een poging toe doen, is om condities te herkennen, hoe oorzaak en gevolg leidt tot lijden die allen geworteld zijn in een oorspronkelijke ontkenning, wat een vervormde staat van de geest is. De oorspronkelijke ontkenning is een verkeerd kenmerk van het ware Zijn van fenomenen. En wanneer je je aan dat soort onwetendheid onderwerpt, aan een tegengif zal je je realiseren dat het niet uitmaakt hoe krachtig ons leed is, ze zijn erg krachtig door onze gehechtheid eraan, maar het maakt niet uit hoe krachtig ze zijn, zolang als ze geworteld zijn in een misvormd beeld van de realiteit hebben ze niet echt een ware grond dat hun ondersteunt. Dus door toepassen van het tegengif, zijn ze in principe te verwijderen, omdat als je eenmaal de waarheid van geen-zelf ziet, dan zal de onwetendheid gestoord worden waardoor het geen verder opkomen van de beproeving geven. Dus het is, door herkenning dat de ‘onwetendheid’ die al dit leed ondersteunt, vervormd en fundamenteel niet begrepen. Voor iemand zal het dan mogelijk zijn om de geen-zelf te begrijpen. Dus als je langs deze lijnen denkt, dat je echt gaat herkennen dat de leer van de Vier Edele Waarheden echt een waardevolle opsomming van alle leringen van de Boeddha is, dan is het als een frame, de fundering van alle leringen van de Boeddha, het is een heel erg alomvattende leer.

De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 00:40:41 – 00:59:48
Tjinpa vertaald in Engels: 00:59:49 – 01:05:25
Dus… uh… ik probeer het te vangen [lachend en applaus].
We spraken over de Vier Edele Waarheden en we spraken ook over hoe de wijsheid van geen-zelf de kern van het pad is en hoe de tegengestelde wijsheid van geen-zelf, wat de oorspronkelijke onwetendheid, een verstoorde staat van de geest is. Als we de twee vergelijken: wat hebzucht naar de fundamentele onwetendheid of de Wijsheid lijdt, beiden zijn een ‘staat van de geest’, dit zijn mentale verschijnselen, beide zijn een cognitieve conditie. Ze zijn echter tegengesteld van elkaar. En op de manier waar ze in de mentale staat elkaars tegengestelde zijn, is door tegengestelde vooruitzichten, omdat de oorspronkelijke onwetendheid veronderstelt dat dingen en gebeurtenissen echt waar zijn, en een objectieve realiteit. Terwijl wanneer men de wijsheid van Leegte en geen-zelf waarneemt, dat niets een object van bestaan of een onafhankelijk bestaan heeft. Zij hebben direct contrasterende vooruitzichten. Door middel van herkennen zullen we directe contrasterende vooruitzichten herkennen. En hoe de wijsheid van Leegte of geen-zelf echt de kracht kan hebben om de oorspronkelijke onwetendheid weg te werken. Zelfs in de materiële wereld, zien we tegengestelde verschijnselen zoals hitte en kou. En we weten dat hitte en kou niet samen gaan voor een lange tijd. Wanneer de hitte omhoog gaat, gaat de kou naar beneden, wanneer de kou omhoog gaat, gaat de hitte naar beneden. Ze blijven niet samen zonder interactie tot elkaar. Vergelijkend kennen we ook duisternis en verlichting. Donker en licht. Op het moment dat je het licht inschakelt verdwijnt de duisternis. Ze kunnen niet samen bestaan, ze zijn tegengesteld in de materiële wereld. Vergelijkend in de mentale wereld zijn er tegengestelde mentale staten, met dat verschil dat in de mentale wereld het tot uiting komt in tegengestelde vooruitzichten. Dat is het verschil. Maar dat wil niet zeggen dat als je een begrip van Leegte hebt, het lijden direct verdwijnt. Maar hier is het een geleidelijk proces, op het moment dat je een begrip hebt, moet het begrijpen verdiept worden, geïntegreerd, en dan gecultiveerd, dan zal geleidelijk de intensiteit en de kracht van het lijden afnemen. Tenslotte zal het lijden beëindigd zijn. Dus dit is belangrijk om te begrijpen dat hoe deze dingen met elkaar in tegenspraak zijn.

We spraken over de drie draaiingen van het Dharmawiel, en ik verwees naar de tweede draai van het Dharmawiel, wat de leer van de perfectie van Wijsheid en Leegte, is echt de enige die volledig de Vier Edele Waarheden verklaard en in het bijzonder de waarheid van gevoelen de waarheid van het pad. Omdat na het luisteren na de Boeddha’s eerste publieke lezing, zijn zijn volgelingen tot een begrip gekomen dat er een mogelijkheid was tot het ware gevoel van vrijheid. En er is een pad. De vraag komt op: ‘Wat is dat gevoel, wat is de natuur ervan? Wat is het pad, wat is de natuur van dat pad?’ Om dit volledig te kunnen beantwoorden moet iemand de leer van de Leegte begrijpen, die zich toont in de professionele Wijsheid-soetra. Nāgārjuna*7 legt daarin bijvoorbeeld de essentie van de leer van de Leegte uit, die zegt dat ‘het is door begrijpen van de waarheid van de afhankelijk oorsprong, dat iemand de belangrijkheid van de leer van de Vier Edele Waarheden zal begrijpen’, en dit legt hij uit. Een vergelijkend voorbeeld vinden we in de soetra van Perfecte Wijsheid, de Hartsoetra*22 waar vele van ons bekend mee zijn. In de Hartsoetra vinden we de viervoudige presentatie van Leegte dat: Vorm is Leegte, Leegte is Vorm en Vorm is niets anders dan Leegte, en Leegte is niets anders dan Vorm. Er is dus een viervoudige presentatie van Leegte. Als eerste punt zegt de Boeddha dat dingen waar wij vanuit gaan, dat ze bestaan zoals Vorm. Als we dat onderwerpen aan een kritische onderzoek, gaan we ons realiseren dat Vorm niets anders is dan een combinatie van diverse paden. Zijn vorm, zijn kleur, zijn locatie, de verschillende paden dat er voor zorgt dat het bestaat. Als je mentaal ontleedt wat lijkt als één geheel ding voor je, zal je je gaan realiseren dat niets daar staat, waarna je kan zeggen dat het de ware referentie is van, dit is het.

[interruptie van de Dalai Lama]
De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 01:05:25 – 01:05:30
Tjinpa vertaald in Engels: 01:05:30 – 01:06:16
Daarom zei de Boeddha dat Vorm leeg is, dat is het eerste gedeelte van de viervoudige formule. En dan komt de vraag op, betekent dit dat niets bestaat? Betekent dat, dat er niets is. Dan is de tweede presentatie gemaakt wat is dat Leegte vorm is. In andere woorden, de Boeddha zei: ‘Het is niet dat niets bestaat, maar dingen bestaan niet op de manier als wij denken dat ze bestaan. Ze bestaan niet zoals ze voor ons verschijnen.’ Daarom is er het tweede gedeelte van de viervoudige presentatie dat uitlegt dat Vorm wel bestaat, maar alleen als doel door onze overeenkomst op basis van dingen die wij waarnemen.

[interruptie van de Dalai Lama]
De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 01:06:17 – 01:06:47
Tjinpa vertaald in Engels: 01:06:47 – 01:08:39
Zover het eerste gedeelte van deze viervoudige formule betrekking heeft, is dit wat de kwantumfysica’s hebben ontdekt, toen ze dieper gingen in hun begrip van wat voor ons de fysieke wereld maakt, ze vonden niets. Dus ze kwamen tot de realisatie dat er niets is dat het onderwerp van realiteit ondersteunt van de materiële wereld zoals waar wij van uit gaan. Maar het verschil is dat de kwantumfysicus daar is vastgelopen. Zij verwerpen enige notie van bestaan, daardoor verwerpen ze eigenlijk een externe realiteit. Ze zeggen dat het allemaal afhangt van de zienswijze van de waarnemer. Maar als je dan gaat onderzoeken wat de waarnemer is, is daar niet een echt antwoord. Dus met enige logica, dat waar de kwantumfysicus toekomt is erg vergelijkbaar met de “Mind-only school”*23 (Tjitamatra school) in het boeddhisme ook tot gekomen is. De aanname van dit alles is, dat als iets echt bestaat het gevonden zou moeten kunnen worden. Dus als ze deze dingen onderzoeken en niets vinden, dan gaan ze er vanuit dat iets niet bestaat. Dit is waarom in de “Mind-only school” externe realiteit ook wordt afgewezen.
Het tweede gedeelte van de presentatie zegt: ‘Het is niet dat niets bestaat, dingen bestaan alleen als aangewezen doel gebaseerd op de combinatie van eigenschappen van hun bestaan.’

De volgende twee gedeeltes van het deel van de viervoudige formule legt uit dat Vorm en Leegte geen twee gescheiden dingen zijn. Ze delen eigenlijk dezelfde identiteit, er is niets buiten de Vorm dat Leegte is en Leegte is ook niet iets dat buiten de Vorm is.

[interruptie van de Dalai Lama]
De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 01:08:40 – 01:09:04
Tjinpa vertaald in Engels: 01:09:05 – 01:20:30
Het punt dat de Boeddha maakt is dat zelfs Leegte afhankelijk is van een ding dat de Leegte, een eigenschap, toeschrijft. Je kan geen weet hebben van de Leegte dat op enigerlei wijze op zichzelf bestaat. Leegte heeft geen onderwerp van bestaan. Vorm en Leegte zijn op zekere hoogte gelijk, ze zijn één, ze zijn niet twee gescheiden dingen. Ze gaan hoe dan ook een relatie met elkaar aan. Dat punt is gemaakt in de laatste twee delen van de formule.
Als we eenmaal dit begrijpen, dan gaan we het punt dat Nāgārjuna*7 maakt erkennen, dat de ‘Mind-only*23 school’ externe realiteit verwerpt, maar dan eindigen ze met een intrinsieke realiteit tot de mentale wereld. Dus wat Nāgārjuna zegt is dat de externe wereld er toe doet, het kan niet gevonden worden door het blootstellen aan analyse dat op dezelfde manier van toepassing is op de mentale wereld. Onze subjectieve wereld die we nastreven met ervaringen is ook, als je hem analyseert, dat hij niet gevonden kan worden. Dus je kan het niet ordenen op basis van bestaan tot de hiërarchie van feiten en Geest. Ze wijzen beiden het ware bestaan af, maar ze bestaan beiden op basis van aanwijzing, oorzaken en condities. Dus ze hebben dezelfde oorsprong, maar ze hebben geen intrinsiek bestaan. Dit is een punt dat Boeddhapalita*24 heel krachtig brengt. Hij zegt dat de enige weg om het bestaan van de dingen te kunnen begrijpen is, dat alleen in termen van afhankelijkheid, aanwijzingen. En daarom als dingen zich intrinsiek voordoen, wat is het punt om zelfs les te geven in afhankelijke ordening, omdat ze hun eigen onderwerp hebben van hun intrinsiek bestaan. Je hoeft niets van afhankelijkheid toe te voegen. Daarom legt Nāgārjuna uit in een vergelijkende fundamentele behandeling van de middenweg. Hij zegt dat: ‘Welke afhankelijk is van zijn ordening, is door de Boeddha onderwezen als leeg, daarom zijn ze afhankelijk aangewezen, dit is de ware middenweg.’ Wat we hier zien is een vergelijking tussen afhankelijke ordening, Leegte, afhankelijke aanwijzing en de middenweg. Daarom staat er in de soetras zelf, de Boeddha praat vaak zelf over ‘mehr’ woorden, ‘mehr’ namen en ‘mehr’ aanwijzingen (ming sam, tat sam) en dit is een belangrijk punt, wat het aanwijst is, niet dat niets bestaat, maar dat hun bestaan alleen kan begrepen worden in termen van aanwijzingen en in termen van hun woorden en namen enzovoort. En dit wordt ook verder in Chandrakirti*25 van de middenweg uitgewerkt, waar hij de redenering presenteert voor begrip van geen-zelf, door middel van zevenvoudig analyses van identiteiten, verschillende vormen, collectie varianten, enz. Dan, aan het eind van die analyse, wanneer zoiets als een persoon of een ‘voertuig’ nergens te vinden is, gaat Chandrakirti verder door te zeggen: ‘Daarom kan het bestaan alleen begrepen worden op het niveau van aanwijzingen door verbindingen, enzovoort.’ Op deze manier pakken Nāgārjuna , Chandrakirti, Boeddhapalita Boeddha’s zin ‘mehr’ woorden, ‘mehr’ aanwijzingen uit en leggen ze dit uit in termen van begrip van afhankelijk bestaan.

Ik denk dat als jij dit begrijpt, je duidelijk het belang van de leer van de Ware Waarheid waardeert. Waar we hier over praten is dat er twee niveaus van realiteit zijn: één is het ultieme level van realiteit, wat de Leegte is, waar niets gevonden kan worden. Maar er is ook een ander level van realiteit, wat de conventionele realiteit level is, waar het een oorzaak oproept en alles functioneert. En dit vermogen, om tussen twee onderscheidende niveaus van realiteit: Ware waarheden en begrip van bestaan (in termen van deze twee), wordt erg belangrijk.

In het algemeen is het hele basisidee van de ware waarheid niet uniek aan het boeddhisme. We zien het ook in andere aloude tradities, bijvoorbeeld in Sakya*26 filosofie dat een oudere filosofie is, waar een taxonomie van realiteit van vijfentwintig basis gedeeltes van realiteit bestaat, met de ware Prakrti*27 dat de natuur is, en Purusa*28, wat de Zelf is. Deze twee worden begrepen als ultiem ‘waar’ en al de overgebleven drieëntwintig oudere factoren van bestaan die begrepen worden als manifestaties die hieruit voortkomen. Dus er is een beweging op twee niveau’s van realiteit, zelfs in niet-boeddhistische filosofieën. Maar in het boeddhisme, worden de ware waarheden uitgelegd in termen van Leegte en de conventionele (alledaagse) waarheid. Daarom zegt Nāgārjuna*7: ‘De oudere lessen van de Boeddha gaan uit van het gezichtspunt van de Ware Waarheid. En wie niet de Ware Waarheid begrijpt, kan niet de essentie, de intentie van de Boeddha’s leer begrijpen.’ We zien ook vergelijkende uitspraken in Shantideva’s*29 Bodhicharyāvatāra*30. Vergelijkend in Nāgārjuna’s tekst, in het bijzonder waar Nāgārjuna reageert tot boeddhistische realiteit, wie de leer van de Leegte niet kon begrijpen en dan kritiek had op de Mayamaka-school*31 van het nihilisme, want Leegte suggereert dat niets bestaat en deze consequenties zullen daarop volgen. Nāgārjuna reageert hierop door te zeggen dat diegene die kritiek hebben op de leer van de Leegte als zijnde nihilistisch, dat doen omdat ze niet volledig hebben begrepen wat het doel is van de Leegte is en wat is de betekenis van Leegte en wat is de natuur van de Leegte. Hij reageert door elk van deze drie uit te leggen. Het is door het begrijpen van dit grotere verband en ook de relatie met de Vier Edele Waarheden en de echte Waarheid, en in het bijzonder zoals uitgelegd door meesters als Nāgārjuna, Chandrakirti*25 e.d., dat we door deze grote leraren het grotere beeld van de boeddha’s leer zijn gaan waarderen. En ook de belangrijkheid van de tweede draai van het Dharmawiel en in het bijzonder de volmaakte wijsheid in geschreven geschriften, de Prajñāpāramitāsoetra’s*14. De Prajñāpāramitāsoetra’s hebben traditioneel hun oorsprong in een uiteenzetting van het specifieke onderwerp, wat Leegte is, wat gepresenteerd is door Nāgārjuna. Ook de als vanzelfsprekende uiteenzetting van het onderwerp, professionele wijsheid geschriften. Het vanzelfsprekende onderwerp leidt naar de stadia op het pad dat iemand ontwikkelt en dat specifieke aspect van het onderwerp is onderwezen en verder ontwikkelt in het bijzonder in Asaṅga’s*21 geschriften, geïnspireerd door Maitreya*32. De belangrijkste tekst dat behoort tot dit genre literatuur is het Ornament van Zuivere Realisatie, de realiteit van adisama alamkara*33. En in de abisama alamkara zijn de stadia van het pad zeer duidelijk uitgelegd en ook als dat het begint met het begrijpen van de Ware Waarheid. Gebaseerd op dat begrip worden de Vier Waarheden uitgelegd en wanneer je een dieper begrip hebt van de Vier Waarheden, in het bijzonder voor ervaring en het pad, dan kun je ook beginnen begrip te krijgen voor wat de Drie Juwelen zijn. Hoe kunnen zei een Dharma zijn, hoe kunnen zij een Sangha zijn die dat belichamen en hoe kunnen ze een Boeddha zijn die volledig de Dharma heeft bereikt. Op deze manier wordt in de adisama alamkara tekst dit duidelijk uitgelegd.

Dan is er de derde draai van het Dharmawiel, waar twee categorieën van soetra’s toe behoren: Eén categorie van soetra’s die daar toe behoort heeft te maken met de Boeddha die een inwilliging doet aan zijn volgers die misschien nog niet klaar zijn om de radicale leer van de Leegte te ontvangen zoals gepresenteerd in de tweede draai van het Dharmawiel, waar het begrip van objectief intrinsiek bestaan wordt ontkent over de hele linie, in relatie met het hele fenomeen. Dus voor sommige van de discipelen die nog niet klaar waren om zo’n leer te ontvangen legde de Boedha de leer van de Leegte contextueel uit, in termen van verschillende schakeringen dat er drie categorieën van het fenomeen zijn, afhankelijk van de geconditioneerde wereldeditie en de onzuivere fenomenen de onderdelen van opgelegde realiteit en de perfecte fenomeen. Hij legde de Leegte uit in termen van wat bekend staat als de drie types van afwezigheid van identiteit of identiteitsloosheid. Dus dit is in essentie de belangrijkste soetra dat de basis is van de verschijning van de Mind-only*23 school.

De tweede categorie van de derde draai van het wiel, de Boeddha’s originele leer, waar ik altijd vanaf baseer, het is door het begrip van het grotere plaatje, waardoor we werkelijk de diepte van de Boedha’s leer kunnen waarderen. Het herinnert mij eraan toen ik eens in Dharamsala*34 was en uitgenodigd was door een lokale school in de buurt van Dharamsala en zij hadden een tentoonstelling wat een introductie tot het boeddhisme zou moeten zijn. De tentoonstelling bevatte de start van de devotie praktijkleraren en ik zei hun dat dit fout was. Ik zei dat als jij een introductie tot het boeddhisme wil presenteren, je niet kan beginnen met de relatie met een leraar. Je hoort te beginnen met het tentoonstellen van de Ware Waarheid en dan de Vier Edele Waarheden, enzovoort. En ik kan begrijpen waarom…

[interruptie van de Dalai Lama]
De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 01:20:31 – 01:20:35
Tjinpa vertaald in Engels: 01:20:36 – 01:21:45
Een deel van het probleem is dat ze de leraar te veel te adoreren en de leraar laat zich verwennen. Dus ik zei tegen hen dat dit niet correct was, als je een introductie tot het boeddhisme wil geven, je dan moet starten bij de Twee Waarheden en de Vier Edele Waarheden enzovoort. Maar ik kan begrijpen waar dit vandaan komt. Waarschijnlijk hadden ze hun begrip gebaseerd op de lamrimleer*35, dat van de stadiums van het pad-literatuur uitgaat en van de relatie met de leraar. De lamrim teksten zijn geïnspireerd op een belangrijk kiemzaad geschreven door Atiśa*36. Meester Atiśa , en ik wil niet disrespectvol naar hem zijn, maar als je kijkt naar de oorsprong van tekst van de Bodhipathapradīpa*37 , de lamp op het pad naar verlichting, dan staat er in de colofon, dat het Guge koninkrijk*38 de Guge beheerder uit die tijd, Zhangzhung*39 een groot rijk in de tijd van Anjura. Wanneer Atiśa aankomt in West-Tibet, en vraagt naar de leer, dan moet je de historische context begrijpen. Tibet was een groot rijk, een grote natie, die toen versplinterd raakte in vele kleinere koninkrijken….

[interruptie van de Dalai Lama]
De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 01:21:46 – 01:22:10
Tjinpa vertaald in Engels: 01:22:11 – 01:23:23
Dus we moeten de historische context vasthouden waarin deze tekst is geschreven en onderwezen. We praten over de vroege 11de eeuw, op het moment dat het grote rijk Tibet versplinterd raakte in kleinere koninkrijken, we zijn nu in West-Tibet, een heel klein koninkrijk, waar de heersers van dat koninkrijk zich allemaal aardig ontmoedigd voelen en gedemotiveerd, omdat ze gekrompen zijn en dus was het verzoek gedaan voor een leer, Tjangtjue. Atiśa*36 vroeg of ik niet iets wil onderwijzen wat te diepgaand en uitgebreid is. Ik wil dat je iets onderwijst wat heel eenvoudig is en gemakkelijk te beoefenen, dat was het verzoek wat gedaan was. Vergelijk dat nu met de drie stadia van meditatie, zoals in het boek de Bhãvanãkrama*40 geschreven in de 8ste eeuw door Acharya Kamalashila*41 op verzoek van de toenmalige Tibetaanse keizer Trisong*42. Als je kijkt naar de Bhãvanãkrama, de tekst is erg groot, is erg uitgebreid, compleet benaderd.

[interruptie van de Dalai Lama]
De Dalai Lama spreekt in Engels: 01:23:24 – 01:24:03
“Vergeleken met een Chinees geschiedenisboek over de 7de, 8ste, 9de eeuw. In die tijd waren er drie keizers de Chinese keizer, de Mongoolse keizer, de Tibetaanse keizer die zeer krachtig waren. Toen later in de 9de eeuw Tibet uiteen viel, kreeg een leraar de uitnodiging verzonden vanuit een klein koninkrijk in het Westerse gedeelte van Tibet.”

De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 01:24:04 – 01:24:06
[lachend met Jinpa]
Tjinpa vertaald in Engels: 01:22:11 – 01:26:45
Dit was het verzoek dat gedaan werd en Atiśa*36 schreef die tekst voor dat speciale publiek, voor dat speciale verzoek. Hier is een situatie dat, zowel de heerser die om de tekst vraagt en de meester die de tekst schreef, het beide heel veilig en nederig hielden in die tijd. Het punt is dat lamrim*35 niet als waar kan worden beschouwd, als de introductie in de boeddha-dharma.Lamrim veronderstelt dat je al een introductie hebt gehad. Dus als je echt aan je kennis wil bouwen en je echt een introductie in de Dharma wil, dan moet je eerst de Ware Waarheden, de Vier Edele Waarheden en verder begrijpen, daarna kan lamrim gebruikt worden als een oefening, een praktisch handleiding, daarop gebaseerd, naar wat ik denk dat een belangrijk punt is om begrepen te worden. En zelfs binnen de lamrim, zijn er in de Kadampa*43 traditie in het bijzonder in de lamrim erflijn, bekend als de lamrim-shombaba, Lamrim van de behandeling. In die specifieke traditie uit Potoa zal de studie en oefeningen zes teksten omvatten. Jatakamala*44, jatakatales en udānavarga*45 wat een verzameling van uitspraken van de Boeddha is. Deze twee teksten zijn niet zo diepgaand of uitgebreid en dan heb je de bodhisatvabhūmi*46 en de Mahāyāna Sūtrālamkāra Kārikā*47. Deze twee presenteren de niveaus op het pad op de bijzonder uitgebreide manier. De laatste twee sporen zijn door Shantideva*29, de Bodhicharyāvatāra*30, met ingang tot de bodhisatvaway en Śikṣāsamuccaya*48 uitgebreide training. Deze beide teksten nemen de leer van de Leegte en presenteren het uitgebreid. Als voorbeeld als je kijkt naar Tsongkhapa’s*49 grote verhandelingen, lamrim Chenmo*50, grote verhandelingen op de niveaus van het pad, dan volgt hij die lijn van Lamrim, die omvatte de studie van de verhandeling en in het bijzonder als je kijkt naar een gedeelte binnen de grote verhandelingen over de tekst over Leegte dan kun je zien hoe uitgebreid het is. Men je zal niet er vanuit moeten gaan dat alle Lamrimteksten een beperkt instructie model hebben, je moet ook de studie van de verhandelingen benadrukken.

De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 01:26:45 – 01:26:52
Tjinpa vertaald in Engels: 01:26:52 – 01:28:09
Sosamma zei iets wat heel duidelijk moest worden, hoewel voor de volgers van Dharma, wat je vanuit de Dharma kunt benaderen, de traditie van dit herkent het als de benadering van het pad van hoop en devotie. Maar dat is niet de ideale beoefening van de Dharma. De ideale beoefening van de Dharma is diegene die de Dharma benaderd vanuit de benadering van de ‘intelligente’, door het omvatten van het begrijpen van de aard van de realiteit. Dit is een belangrijk punt dat is gemaakt in de boeddhistische tekst. Ik vertel mensen vaak dat nu, in onze DNA, we het zouden benaderen vanuit de intelligente beoefening, want dat is het benaderen en onderzoeken, redenering en begrijpen. Want als we teveel leunen op de hoop en devotie benadering, dan is het twijfelachtig of de Boeddha-Dharma lang zal kunnen bestaan. Maar als we de benadering van de ‘intelligentie’ kunnen omvatten door onderzoeken en beredeneren en begrijpen, dan is er echt kans dat de Boeddha-Dharma voor een lange tijd wil bestaan.

De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 01:28:09 – 01:32:28
Tjinpa vertaald in Engels: 01:32:29 – 01:38:36
Tot zover deze bijdrage tot een korte introductie van een algemene presentatie van het boeddhistische pad en dan is de vraag: hoe kunnen we dit samenvoegen en hoe passen we het toe in termen van feitelijke beoefening? Die vraag is beantwoord door Nāgārjuna*7 in zijn kostbare schets door Raknavaly, waar hij drie basiselementen van de beoefening identificeert. Eén is cultiveren van universele compassie. De tweede is cultiveren van bodhichitta*51, het altruïstische inspiratie voor het boeddhaschap ten voordeel van alle levende wezens. De derde is het cultiveren van de Wijsheid van de Leegte. Dus universele compassie, bodhicitta en Leegte. Wat is de volgorde waarop we het pad moeten cultiveren? Er is een passage in Āryadeva’s*52 vierhonderd standaards waar hij het volgende uitlegt, hij zegt dat: “Ten eerste: Wat zijn de niet-deugden? Het moet te bevatten zijn.” En in het midden, moet de Zelf ontkend zijn en uiteindelijk moeten alle verstorende zienswijzen vernietigd zijn. Wie die volgorde begrijpt is een wijs persoon. Dus wat draagt precies bij, bij het omzetten van de niet-deugden activiteiten? Nāgārjuna legt dit uit in termen van de twee doelen van de aspiratie van de dharmabeoefening: één is het tijdelijke object van de wil om iets te bereiken, wat de poging tot de gelukkige wedergeboorte is. Als we gaan herkennen dat, en we nemen het boeddhistische pad naar verlichting serieus, dit veel toepassing vraagt van onze menselijke geest, met onderzoek, begrip, beredeneren enz. Dan veronderstelt dit een soort van mogelijkheid dat mensen hebben en andere wezens niet. Het hebben van een lichamelijk bestaan, dat de capaciteit heeft om de Dharma te beoefenen is belangrijk, daarom is het tijdelijke doel van de dharmabeoefenaar om echt de betekenis te zoeken in het verkrijgen van een goede wedergeboorte. Wat zijn dan de betekenissen die ons toestaan, wat zijn de omstandigheden en condities die ons verzekeren, van een goede wedergeboorte? Hier deelt Nāgārjuna het in zestien factoren in. Deze zijn de tien elementen van basis moraliteit, waar iedereen bekend mee is, met de negatieve acties van lichaam, spraak en geest zijn er samen tien. Volgend op deze tien basis voorschriften van moraliteit voegt Nāgārjuna de volgende toe:
Het vermijden van het innemen van bedwelmende middelen
Het vermijden van verkeerde leefwijzen.
Het vermijden van bedrieglijk acties.
Het bezighouden met en geven aan goede daden en doelen, maar met respect, dus wanneer je je bezighoudt met een gulle activiteit, dan moet je de ontvanger in die daad respecteren.
Respect tonen aan hen die jouw respect waardig zijn.
En tot slot het cultiveren van liefdevolle vriendelijkheid.
Dit zijn de zestien factoren die hij benadrukt, waarmee we zeker kunnen zijn van een goede wedergeboorte.

Het belangrijkste wat er toe doet om ons te ontdoen van het Zelf, is de meditatie op Leegte. De meditatie op geen-zelf. Dat is de leer van de tweede draai van het Dharmawiel die iemand moet ontwikkelen. De uiteindelijke staat is: het ten boven komen en verwijderen van alle denkbeelden. Dit bevat dat, wanneer iemand een begrip van Leegte heeft, dit moet worden aangevuld met bekwame betekenissen met wat er voor het pad toe doet, zoals bodhicitta*51
Hierbij is het belangrijk dat, om de wijsheid van Leegte te verkrijgen, een tegengif tegen niet alleen lijden, maar ook een zekere werking naar kennis die iemand belemmert van het ingaan van het Boeddhaschap verkregen wordt. De realisatie van leegte moet ondersteunt worden door alle belangrijke aspecten van het pad vooral zoals bodhicitta en op deze manier zal het voor iemand mogelijk worden om uiteindelijk alle denkbeelden overwinnen.

Voor de ontwikkeling van bodhicitta*51 zijn er traditioneel twee hoofdtechnieken. Eén is het ‘zeven punten oorzaak en gevolg’ benadering, wat een behoorlijk krachtige techniek is. Maar de meer effectieve en krachtige is Shantideva’s uitwisseling en het gelijkgestelde uitwisselen over het Zelf en anderen. Wat zijn oorsprong heeft in Nāgārjuna’s Ratnāvalī*54 als ook in Nāgārjuna’s*7 commentaar op de bodhicitta. Maar vollediger en meer ontwikkeld en uitgelegd wordt het in Shantideva’s, met het binnengaan van bodhisatva’s weg. In de bodhisatvaweg legt Shantideva*29 zeer gedetailleerd uit dat de techniek van het cultiveren van de bodhicitta. gebaseerd op het gelijkstellen en veranderen van het Zelf en anderen. Dus vandaag willen we een tekst presenteren dat echt gericht is op het ontwikkelen van bodhicitta.

De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 01:38:44 – 01:39:16
Tjinpa vertaald in Engels: 01:39:17 – 01:39:38
De tekst behoort tot de lijn van Patoa**55, wat nadrukt legt op de studie en beoefening van kritiek, katra sumbawa. Tussen de volgelingen van Patoa waren er twee hoofdpersonen Langri Tangpa*56 en Sharawa*57. Schrijver van deze tekst is Langri Tangpa, wie een student van Patoa was.

De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 01:39:39 – 01:39:46
Tjinpa vertaald in Engels: 01:39:47 – 01:39:56
Ik had het voorrecht om deze tekst te leren toen ik jong was. En sindsdien reciteer ik ze dagelijks.

De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 01:39:57 – 01:44:36
Tjinpa vertaald in Engels: 01:44:37 – 01:48:52
In het eerste vers lezen we, met de motivatie om het hoogste doel te verwezenlijken voor alle voelende wezens, wat Tangpa*56 zegt: “Zelfs met de opstopping van ijdele hoop, mag ik dit ten alle tijden vasthouden.” Dus in dit gedeelte herinnert de schrijver ons eraan dat wanneer je in feite diep aanschouwd, onze afhankelijkheid van anderen en ons plichtsgevoel naar anderen diepgaand is vanaf het allereerste begin. Zelfs als we goede karma verzamelen, wat zich opstapelt met betrokken gecultiveerde deugd en bij het gebruiken van juiste activiteiten. Deze basismoraliteit kan alleen opkomen vanuit de basis, in relatie met anderen. Vergelijkend, als we mediteren op liefdevolle vriendelijkheid, wat in de boeddhistische geschriften beschreven wordt als een bron van enorme ophoping van verdiensten, kan liefdevolle vriendelijkheid alleen beoefend worden in relatie met andere mensen door de afbeelding van iemand in de beoefening mee te nemen en dat te cultiveren. En ook op het pad, als je denkt aan het eerste stadium in het ontwikkelen van bodhicitta*51. De bodhicitta kan alleen ontwikkeld worden door het serieus nemen van de welstand van andere mensen. Omdat bodhicitta is de altruïstische geest dat streeft naar de boeddhaschap voor alle wezens. Zonder de welstand voor andere mensen is er geen mogelijkheid voor zelfs het cultiveren van de bodhicitta. Of het nu in gewone staat van het dagelijks leven is of op het pad, onze afhankelijkheid van anderen is erg diepgaand en ook als we denken aan de meer specifieke beoefening zoals de 6 perfecties*58; de beoefening van vrijgevigheid, de perfectie van moraliteit, perfectie van verdraagzaamheid. In al deze oefeningen, zonder anderen is er geen basis om te oefenen, in het bijzonder in de relatie van verdraagzaamheid of geduld. In Shantideva’s*29 tekst ‘ingaan in de bodhisatva’s weg’ legt hij uit hoe we in de eerste plaats afhankelijk zijn van anderen voor onze beoefening van de weg. In het bijzonder in relatie met verdraagzaamheid wordt onze vijand zo belangrijk, omdat het het probleem vergroot door iemand die we niet mogen. Iemand die het probleem veroorzaakt zogenoemd de vijand, wie onze de zeldzame gelegenheid geeft om verdraagzaamheid te ontwikkelen. De perfectie van verdraagzaamheid kan alleen geperfectioneerd worden als we dit soort mogelijkheden hebben. In feite beargumenteert hij dat we de vijanden van de beoefenaar echt moeten zien als ware leraren, zij zijn degenen die ons toestaan en ons de mogelijkheid geven om te oefenen. Hetzelfde is zo met het beoefenen van andere perfecties, inclusief de ontwikkeling van concentratie en wijsheid. Wat we misschien niet direct in relatie zien met de ander. Maar om te zien dat deze volmaaktheden leiden tot de reden van het ontwikkelen van boeddhaschap, ze moeten aangevuld worden door het factor bodhicitta. Wat betekent dat op het pad, succes en beoefening allemaal afhankelijk zijn van onze relatie met anderen. Hier herinnert de schrijver ons aan ons plichtsgevoel naar andere wezens. Daarom zou onze houding naar anderen die van het herkennen van hun vriendelijkheid moeten zijn. Zodat wij de ander op waarde kunnen schatten, anders dan in termen van vijandigheid. Dat is het eerste punt dat hij maakt over de belangrijkheid van het onderhouden van een houding van verwachting en perceptie naar anderen, waarbij we hun aanwezigheid en bestaan waarderen.

De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 01:48:53 – 01:49:50
Tjinpa vertaald in Engels: 01:49:51 – 01:51:24
In het tweede vers lezen we: “Als ik met wie dan ook samen ben, dan beschouw ik mezelf als de laagste. En vanuit de grond van mijn hart zal ik de ander respectvol koesteren als de hoogste.” Het punt dat de auteur hier maakt is dat het belangrijk is om als we contact hebben met anderen en als we ons relateren tot de ander, we niet arrogant zijn op een manier dat we onszelf het belangrijkste vinden, denkend dat ‘ik de grootste ben, de beste’. Iemand zou juist in relatie moeten gaan met de ander op een manier van nederigheid, maar tegelijkertijd zegt dit vers dat ik het laagste van allen ben, wat niet suggereert dat je jezelf erg ontmoedigt en moedeloos maakt, denkend ‘ik ben niets, ik kan helemaal niets doen’. Dat is niet het punt. Het punt is dat het belangrijk is. Het feit dat je streeft naar beoefening van bodhicitta*51. Dat geeft al aan dat je een sterk gevoel van zelfverzekerdheid hebt, je wil iets doen. Dus je hebt zelfverzekerdheid nodig, maar geen arrogantie en een gevoel van zelfbelangrijkheid. Zelfverzekerdheid is geworteld in wijsheid. Met wijsheid heb je zelfverzekerdheid, maar je reactie, je gedrag en attitude naar anderen zou met nederigheid en respect voor de ander moeten zijn. Het is dus een mooie balans, dat met wijsheid zelfverzekerdheid ontstaat, maar in termen van je attitude en je gedrag laat je een wijze van nederigheid zien.

De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 01:51:25 – 01:52:36
Tjinpa vertaald in Engels: 01:52:37 – 01:54:50
In het derde vers lezen we: “In al mijn daden zal ik mijn bewustzijn onderzoeken en onmiddellijk wanneer er een verstorende gedachte opkomt die mijzelf en anderen in gevaar brengt, dan zal ik die onder ogen zien en resoluut afwenden.” De auteur maakt het punt dat als we ons verbinden met de beoefening van het cultiveren van de bodhcitta*51 en dat we gebonden zijn ons te confronteren met obstakels. Dan zijn deze obstakels gewoonlijk de reflectie die bij ons opkomen, in onszelf. In het bijzonder reflecties die de vorm aannemen van denken dat ik de beste ben, ik ben belangrijk, enz. Wat openbaringen zijn van trots en eigendunk. Dit alles heeft wortels in het grijpen naar het bestaan van een Zelf, wat we eerder bespraken. Men moet deze reflectie omkeren. En wanneer we op dit leed stuiten, dan moeten we tegengif toedienen. Er zijn twee soorten tegengif: de ene is een meer tijdelijk tegengif wat het tijdelijk onderdrukt en de ander is het blijvende tegengif wat ons echt helpt om ze te elimineren. Dus in termen van onmiddellijk, tijdelijk tegengif zijn er specifieke oefeningen in relatie met specifieke vormen van leed. Als voorbeeld om het leed van boosheid en haat om te draaien, is liefdevolle vriendelijkheid de gewoonlijke beoefening. Om lust en verlangen e.d. te draaien, dan zijn er specifieke vormen van beoefening, bijvoorbeeld voor de kloosterlingen die mediteren op de onzuiverheid van het lichaam e.d. En om arrogantie en verwaandheid om te draaien is er de reflectie op de innerlijke nederigheid met de lijst van de Dharma, dit is ook aanbevolen als een manier om je arrogantie naar beneden te draaien. Dit zijn specifiek, directe tegengiffen, maar het lange termijn tegengif is het belangrijkste tegengif, namelijk de meditatie van Leegte. Iemand moet deze tegengiffen toepassen terwijl je oefent. De belangrijkheid van Wijsheid en Leegte zal zich direct verschijnen.

De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 01:54:51 – 01:55:17
Tjinpa vertaald in Engels: 01:55:18 – 01:56:02
In de volgende, de vierde vers staat beschreven: “Als ik wezens zie met een onplezierig karakter, verdrukt door sterke negativiteit en lijden. Dan zal ik hen liefdevol koesteren, als een moeilijk te vinden kostbare schat.” Opnieuw voor de beoefenaar, wanneer je met mensen in contact bent en je vindt mensen in een soortgelijke situatie of conditie. Dan zou men hen niet moeten veroordelen, men zou niet direct in contact moeten gaan met hen op een manier van hen walgelijk vinden, enz. Liever zou men moeten herkennen dat je een nieuwe schat gevonden hebt, want zij geven je de mogelijkheid om je beoefening werkelijk te oefenen. Dit is belangrijk.

De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 01:56:03 – 01:56:23
Tjinpa vertaald in Engels: 01:56:24 – 01:57:20
In de volgende twee regels lezen we: “Wanneer anderen mij uit jaloezie slecht behandelen, beledigen, laster en zwartmaken, dan zal ik de nederlaag op mezelf nemen en de ander de overwinning schenken.“ Hierin echoot een passage van Nāgārjuna kostbare guirlande*58, waarin hij wenst dat alle effect van mijn deugden rijpt op anderen en moge het effect van andere invoelende wezens hun negatieve karma op mij rijpen. Dit indiceert dezelfde gedachtelijn.

De volgende twee zinnen lezen we; “wanneer iemand die ik heb geholpen of van wie ik veel verwachtingen had, mij op pijnlijke wijze slecht behandelt, zal ik hem als een goede spirituele vriend beschouwen.”

De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 01:57:20 – 01:57:58
Tjinpa vertaald in Engels: 01:57:59 – 01:59:14
De volgende twee zinnen lezen we; “kortom direct of indirect, zal ik al mijn moeders voorspoed en geluk brengen, en ik zal het tegenspoed en lijden van al mijn moeders heimelijk op mezelf nemen.”

Dit legt de beoefening van Tong Len, geven en ontvangen uit. En het punt over het woord heimelijk van hervormen van de beweging van je adem als middel tussen ontvangen en nemen. Als je inademt neem je in je op alle leed en problemen van de ander, als je uitademt geef je al je wensen en geluk e.d. Het woord heimelijk kan begrepen worden als dat deze specifieke vorm van beoefening niet geschikt is voor iedereen. In het bijzonder de bodhisatva beoefenaars zonder de intelligente manier van denken, daarom is het woord heimelijk gebruikt.

De Dalai Lama spreekt in Tibetaans: 01:59:16 – 02:01:34
Tjinpa vertaald in Engels: 02:01:35 – 02:05:11
Het laatste vers zegt: “Ik zal ervoor zorgen dat dit alles niet wordt vervuild door de onzuivere gedachten van de acht wereldse belangen. Mag ik door alle verschijnselen als illusie te beschouwen, vrij van gehechtheid van alle ketenen worden bevrijdt.”

De eerste twee zinnen leggen de nadruk op jouw motivatie wanneer je de oefening beoefenend, in het bijzonder Tonglen*59, geven en ontvangen. Wanneer je je verbindt met deze beoefening dan is er een mogelijkheid dat soms deze beoefenaars verwend raken door de verkeerde motivaties, denkend dat: “Mensen zullen me respecteren, ik ben een goede mediterende, ik word beroemd, mensen willen me vereren, e.d.”. Als deze motivaties een onderdeel van je beoefening worden, dat dit de reden wordt voor je beoefening, dan zijn ze ongepast. Je moet ervoor waken dat dit soort motivaties in je beoefening sluipen en je beoefening bederven. En tenslotte, het belangrijkste tegengif dat nodig is om te worden toegepast is echt de wijsheid van de Leegte, waar we over gepraat hebben. Dat is hetgeen wat uitgelegd wordt in de laatste twee zinnen, waarbij de referentie gelegd wordt met: “Mag ik alle verschijnselen als illusie te beschouwen en los komen van ‘gehechtheid’.” Dat is het belangrijkste tegengif dat zal helpen om met deze aandoeningen om te gaan. Hier is het punt om echt de nadruk te leggen op de leer van de Leegte. Āryadeva*10 maakt hier een erg belangrijk punt. Hij zegt dat: ”Wanneer je je verbindt met de Boeddha’s leer, in het bijzonder in relatie met die dingen die erg belemmerend zijn, is de manier om mensen er door heen te leiden, door eerst de leer van de Leegte te onderwijzen. En wanneer de waarheid van de Leegte is begrepen, dan kunnen ze geleidelijk geleid worden naar de andere verborgen leringen, de moeilijke leringen. Dit is een erg belangrijk inzicht, dat je op deze manier denkt en je kijkt naar de elementen van Boeddha’s beoefening en pad, zoals het gaan voor toevlucht of toewijding aan de bodhicitta*51 of meditatie op Leegte. Bodhicitta neemt toevlucht e.d. dit zijn specifieke boeddhisten, voor zo’n persoon is het nodig om een boeddhist te zijn.

Maar als het gaat over het begrijpen van Leegte, dan denk ik niet dat je echt een boeddhist hoeft te zijn. In feite voel ik dat soms iemand dicht bij het begrijpen van de leer van de Leegte is. Ik herinner me dat ik gesprekken had met bepaalde wetenschappers en dat ik één wetenschapper vroeg: “Praten wetenschappers en praat de wetenschap eigenlijk over het concept van onderlinge afhankelijkheid?”. In boeddhisme praten we over paticcasamuppãdanaya*58, de oorsprong van afhankelijkheid van dingen. En één wetenschapper vertelde me dat: “Niet in het verleden, de wetenschap praat niet in zulke termen of zulke concepten als onderlinge afhankelijkheid, maar geleidelijk, door het contact met boeddhisten en waarschijnlijk door de invloed van boeddhisme en het boeddhistisch denken. Het begrip van onderlinge afhankelijkheid en afhankelijkheid in de oorsprong zijn ook te vinden in de zaad in de wetenschappelijke taal. Dit zegt, denk ik, iets over het universele karakter van het concept Leegte. Ik denk niet dat je echt een boeddhist hoeft te zijn om dit te waarderen en te begrijpen.

De Dalai Lama spreekt in Engels: 02:05:12 – 02:12:50
Dalai Lama: ”Dank u voor nu, het is volbracht. Zoals ik benoemde, het heeft er ook mee te maken dat, denk ik… overal vertel ik mensen dat het belangrijk is om de traditionele religie te onderhouden. En om religie te veranderen, dat is niet makkelijk. Hier in het Westen hebben jullie de christelijke traditie, het is belangrijk dat als je eenmaal een vorm van religie hebt geaccepteerd, dat je dit serieus moet nemen. Dat is wat ik je wil zeggen. Tussen miljoenen mensen, sommige individuen hebben naar hun doen in deze positie meer uitwerking op de boeddhistische traditie. Dan is het individuele vrijheid. Vrijheid van religie, je kan de boeddha-dharma volgen, maar als we eenmaal de boeddha-dharma volgen dan is het niet toereikend om te zeggen dat je boeddhist bent, nee. Om te citeren: “Ik neem toevlucht tot de boeddha, ik neem toevlucht tot de dharma, ik neem toevlucht tot de sangha.”(vert. Dit is onvertaald in het Tibetaans), dat is niet voldoende. Je moet studeren wat de boeddha-dharma is, het hele systeem van de boeddha-dharma bestuderen.

Op en dag …. ontmoette ik eens een paar mensen,boeddhisten, ik vroeg hen: “Zijn jullie een volger van de boeddha-dharma? Ze zeiden ja, wij zijn boeddhisten. Toen vroeg ik, wat is boeddhisme? Ze zeiden, toevlucht nemen tot de Boeddha, Dharma, Sangha (vert. dit is onvertaald in het Tibetaans) dat is boeddhisme. Toen vroeg ik, wat is Boeddha? Wat is Dharma? Geen antwoord. Ze zeiden, we weten het niet.” Dus zo. Vele boeddhisten reciteren alleen een soort van boeddha’s woorden maar zonder het te begrijpen. Van nature dragen mensen alleen hoop, geen studie, uit. Dat is erg belangrijk. Daarvoor draag ik altijd uit dat wij 21ste eeuw boeddhisten moeten zijn. Boeddhistische hoop is aan de basis van redenering, analyseren, dan zul je zien dat Boeddha–Dharma echt een wetenschappelijke religie is… en het heeft aandeel in je emotie, dan word je een boeddhist. Dat is goed. Gewoon ‘geloof’, dat is geen 21ste eeuw boeddhist. Deze training van de geest maakt echt een verschil op onze manier van denken en op onze manier van leven.

Ikzelf, ik was denk ik 13, 14,15 jaar oud, met niet veel interesse, alleen maar een beetje studie, leren, volgzaam als een student, met geen interesse in beoefenen. Toen kreeg ik meer en meer aandacht voor beoefenen. Toen, nadat ik India bereikt had, bestudeerde ik opnieuw al deze teksten. De reden van studie was voor het examen en niet voor Boeddha, of boeddhaschap. Toen na 59 jaar bestudeerde ik het boeddhisme met één doel, het boeddhaschap. Dus uiteindelijk na 50-60 jaar transformeerde het echt mijn geest. ‘De Lege-geest theorie en altruïsme’, deze twee dingen geven me soms echt een soort van innerlijke bevrijding. Met een op jezelf gerichte houding is je geest gebonden. En het concept van een onafhankelijk bestaan maakt je opnieuw gebonden. Wanneer niets bestaat zoals het verschijnt, dan is de egocentrische houding de sleutel van veel ongerustheid, ontevredenheid en boosheid en jaloezie. Deze twee dingen zijn de ultieme bron van ontevredenheid, ongelukkigheid en uiteindelijk ruïneert het je eigen gezondheid. Op deze manier denkend, dan is altruïsme het tegengif van egocentrische houding. Begrijp dat Sunyata*61 (Leegte) is dat niets bestaat zoals het verschijnt. Deze beoefening heeft echt aandeel in mijn emotie. In mijn dagelijks gebed, is er een verschil in een soort van dagelijkse realisaties. Veel activiteiten hebben geen effect. Deze beoefening van altruïsme, op een geen onafhankelijk bestaan, deze twee dingen hebben echt invloed op mijn gezondheid en mijn emotie. Dus wij zijn hetzelfde, waar ik al eerder aandacht aan gegeven had: fysiek, emotioneel, mentaal. Wij zijn gelijk. Dus sinds ik een soort van voordeel heb van deze beoefening, dan jij ook. Gezien het publiek van vandaag, dan heb jij ook een soort interesse in boeddhisme, dus ik denk dat serieus studeren erg belangrijk is. Oké, dank je.”

Voetnoten:
*1) Het jaïnisme, dat traditioneel als Jain Dharma bekendstaat, is religie en filosofie. Het woord is afgeleid van jina (overwinnaar). Steeds opnieuw wordt de mensheid onderwezen door jina’s, overwinnaars van hartstochten, die volmaakte kennis en inzicht hebben verkregen, de zogeheten, boeddha-gelijke, tirtamkara’s. Bron Wikipedia

*2 (vertaler: In het Engels wordt samkeïsmegenoemd, het is mij niet geheel zeker of hiermee het Sikhisme bedoeld wordt. Het sikhisme is een monotheïstische godsdienst die in het begin van de 16e eeuw ontstond in noordelijk India door de eerste leermeester Goeroe Nanak Dev. Het is een onafhankelijk geloof met een eigen religieuze identiteit. Bron Wikipedia

*3) Vardhamana Mahavira was de grondlegger van het jaïnisme. Volgens de jainistische mythologie bestaat het jaïnisme al duizenden jaren, en was Mahavira slechts de 24e en laatste grote religieuze leraar (“tirthankara”)van de huidige era. Mahavira leefde in het noorden van India, volgens de traditie tussen 599 en 527 v.Chr.. Historici nemen aan dat hij waarschijnlijk in de 6e of 5e eeuw v.Chr. leefde, iets eerder dan Gautama Boeddha, de stichter van het boeddhisme. Bron wikipedia

*4) Samatha betekent ‘kalm’ of ‘kalmte’, en is een van de concepten of technieken die vaak gebruikt worden in de leer en beschrijving van meditatie in de Theravada traditie van het boeddhisme. Het wordt vaak beschreven óf als tegenstelling tot vipassana (inzichts) meditatie, of als ondersteunend en samengaand met vipassana meditatie. Onder samatha-meditatie kunnen die vormen van meditatie worden verstaan, welke het kalmeren van de geest als voornaamste doel hebben. Bron wikipedia

*5) Vipassana is een vorm van inzichtsmeditatie; een eenvoudige, praktische techniek die een universele remedie voor universele problemen biedt. De techniek is volgens haar aanhangers in Myanmar in haar oorspronkelijke en pure vorm bewaard gebleven, en is gebaseerd op de geschriften van het Pali Canon van het theravadaboeddhisme. Bron Wikipedia

*6) Samsarische staat. De Tussenstaat van de droomtoestand (Tibetaans: Milam- Bardo) is een begrip uit het Tibetaans boeddhisme. Er wordt een fase mee aangeduid van geestelijke activiteit, wanneer het fysieke lichaam slaapt. Bron wikipedia

*7) Nāgārjuna (circa 150 – circa 250) was een Indische filosoof en de grondlegger van de Madhyamaka (middenweg) school van het mahayana-boeddhisme. Hij geldt als een van de meest invloedrijke boeddhistische denkers. Bron Wikipedia

*8) Karma (Sanskriet कर्म van de wortel, Pāli: Kamma) is een begrip uit het hindoeïsme en het boeddhisme, dat letterlijk vertaald wordt als ‘handeling’, ‘actie’ of ‘daad’. Bron Wikipedia

*9)  Samsara (Sanskriet en Pali: in cirkels ronddraaien), is in boeddhisme en hindoeïsme de cyclus van dood en wedergeboorte zonder begin en schijnbaar zonder eind, onder invloed van begoocheling en karma en vol met lijden. De aanwezigheid van de psychische toestand van verlangen (begeerte, aantrekking), aversie (irritatie, vrees, afstoting) en ignorantie (onwetendheid/domheid, onbewustheid, verwarring) vormt een belangrijk aspect van het bestaan in samsara. Bron Wikipedia

*10) Āryadeva (3de eeuw CE), was een leerling van Nagarjuna en schrijver van verschilende belangrijke Mahayana Madhyamaka boedhistische teksten. Hij is ook bekend als Kanadeva, herkend als de 15de patriarch in Chan boeddhimse, en als “Bodhisattva Deva” in Sri Lanka. Bron Wikipedia

*11) Hier vindt u een commentaar op de betreffende tekst van Chandrakirti ingaan van de middenwegPagina 11-122 en het vers zelf op pagina 122-127

*12) Anātmanbetekend in Sanskrit “dat wat verschilt van atman” of ‘geen-zelf Bron Wikipedia

*13) Nirvana (Sanskriet: nirvāṇa; Pali: nibbana, nibbāna) is de vroegste en meest gebruikelijke term die wordt gebruikt om het doel van het boeddhistische pad te beschrijven. De letterlijke betekenis is “uitblazen” of “uitdoven”. Bron Wikipedia 

*14) Prajñāpāramitā betekent “de perfectie van (transcendente) wijsheid” in het Mahāyāna-boeddhisme. Prajñāpāramitā verwijst naar deze vervolmaakte manier om de aard van de werkelijkheid te zien, evenals naar een bepaald lichaam van soetra’s en naar de verpersoonlijking van het concept in de Bodhisattva dat bekend staat als de “Grote Moeder” (Tibetaans: Yum Chenmo). Bron Wikipedia 

*15) Tathāgata(Sanskriet: [t̪ət̪ʰɑːɡət̪ə]) is een woord uit Pali en Sanskrit; Gautama Boeddha gebruikt het wanneer hij naar zichzelf verwijst in de Pāli Canon. De term wordt vaak verondersteld te betekenen ofwel “iemand die aldus is heengegaan” (tathā-gata) of “iemand die aldus is gekomen” (tathā-āgata). Dit wordt geïnterpreteerd als betekenend dat de Tathāgata boven alle komen en gaan uitstijgt – voorbij alle voorbijgaande verschijnselen. Er zijn echter andere interpretaties en de precieze oorspronkelijke betekenis van het woord is niet zeker. Bron Wikipedia

*16) Boeddha-natuur is een in China ontstaan begrip dat een positieve betekenis geeft aan het begrip sunyata. Volgens deze benaderingen hebben alle levende wezens een Boeddha-natuur, en bestaat zodoende voor hen allen de mogelijkheid om de verlichting te bereiken en een Boeddha te worden. Bron Wikipedia 

*17) Kriya’s (Sanskriet, actie, daad, inspanning) zijn in hatha-yoga lichamelijke reinigingstechnieken. Van kriya’s wordt beweerd, dat ze het menselijke lichaam reinigen door het prikkelen van de afscheidingsmechanismen van het lichaam. In bepaalde yogarichtingen hebben kriya’s een andere betekenis, waaronder bepaalde oefeningsseries. Bron: Wikipedia 

*18) Saora. Deze cultus is afkomstig van de Brahmanen van Shakadviipa (tegenwoordige Oezbekistan, Griekse naam Sacdonië). Zij kwamen pas vrij laat naar India en waren astrologen en leraren in de Ayurveda. Saora betekent “iemand die de zonne-god (Surya) vereert”. Toen het een echte cultus werd, ging men de zonnegod zien als de Vader (voortbrenger) van het universum. Deze cultus kreeg nauwelijks aanhang in India. Bron Wikipedia

*19) Brahman is een begrip in de Hindoe-godsdienst. Het is in deze godsdienst de naam voor de ultieme, onveranderlijke werkelijkheid, die uit het zuiver zijn en bewustzijn bestaat. Het is dat wat op zichzelf is, aldus de filosoof Shankara (ca. 800 n.C.). Bron Wikipedia

*20) Varanasi, ook wel bekend als Banares, Banāras, Kashi en Kasi, is een stad in de Indiase deelstaat Uttar Pradesh. Ze bestaat al langer dan 2700 jaar en is een van de oudste steden ter wereld. Bron Wikipedia 

*21) Asaṅga (4de eeuw C.E.) Was een belangrijke grootheid van de Yogacara-traditie in India, ook wel Vijñānavāda genoemd. Traditioneel worden hij en zijn halfbroer Vasubandhu beschouwd als de grondleggers van deze school. De twee halfbroers waren ook belangrijke grootheden van de leer van Abhidharma. Bron Wikipedia

*22) Hartsoetra of soetra van Grote Wijsheid (Sanskriet: Prajñāpāramitā Hṛdaya Sūtra/प्रज्ञापारमिताहृदयसूत्र) is een bekend geschrift over de leegte (sunyata) in het Mahayana-boeddhisme. Hier vindt u een uitgebreide uitleg over deze soetra. Bron De Dharmatoevlucht 

*23) Met “mind-only school” wordt de Yogācāra (Sanskriet: “yogabeoefening”), ook gespeld als yogāchāra, bedoeld. Dit is een boeddhistische filosofie- en psychologieschool. Deze school ontwikkelde zich in het Indiaas Mahayana-boeddhisme in de vierde eeuw na Christus. Yogācāra wordt ook aangeduid als Vijnanavada (“de Weg van Kennis”), en als het “Subjectief Realisme”. Bron Wikipedia

*24) Boeddhapalita (Skt. Buddhapālita) Buddhapālita (470-550) was een commentator van het werk van Nagarjuna en Aryadeva. Zijn werken werden bekritiseerd door zijn hedendaagse Bhāviveka, en vervolgens werd hij verdedigd door de latere Candrakīrti, waarvan de voorwaarden die de twee geleerden onderscheidten leidden tot de opkomst van de Prasaṅgika- en Svatantrika-scholen van Madhyamaka. In deze zin kan gezegd worden dat Buddhapālita de grondlegger was van de Prasaṅgika Madhyamaka School. Bron Wikipedia 

*25) Chandrakirti – een beroemde Indiase geleerde die werd geboren in het begin van de zevende eeuw. Hij is de auteur van Introduction to the Middle Way, Clear Words en andere belangrijke werken van de Prasangika Madhyamika. Bron Rigpawiki 

*26) Sakya is een van de vijf hoofdscholen binnen het Tibetaans boeddhisme. De andere vier zijn nyingma, kagyü, gelug en jonang. De geestelijk leider is de Sakya Trizin en is sinds 1945 Ngawang Kunga Tegchen Palbar Samphel Wanggi Gyalpo. De sakya is een sarmatraditie, dat betekent dat het nieuwe vertalingen opnam in het Tibetaans boeddhisme. Bron Wikipedia 

*27) Prakrti is de werkelijkheid, zowel de stoffelijke wereld, maar ook het denken, voelen en handelen, wat in het Westen meestal tot het geestelijke domein wordt gerekend. Het begrip wordt vooral gebruikt in de samkhya-school, waar het tegenover purusa wordt geplaatst, het bewustzijn. Bron Wikipedia 

*28) Purusa is in de vroege Veda’s de Grootste (Kosmische) Persoon en ontwikkelde zich in de Upanishads tot de geest of het bewustzijn. In de samkhya-school van Kapila met zijn dualistische karakter staat het geestelijke passieve purusa tegenover het stoffelijke actieve prakrti. Bron Wikipedia 

*29) Shantideva (ca. 685-763) was een Indiaas filosoof en Mahasiddha uit de Madhyamaka-school. Hij is een van de laatste meesters in het Sanskriet. Shantideva speelt vooral een belangrijke rol in het Tibetaans boeddhisme. Bron Wikipedia 

*30)  Bodhicharyāvatāra, vaak vertaald als Een gids naar het leven van de bodhisattva, is een bekend geschrift uit het Mahayana-boeddhisme. De tekst werd geschreven door Shantideva, een bodhisattva uit het klooster Nalanda in India. Bron Wikipedia 

*31) Madhyamaka, ook bekend als Śunyata-vada, ‘De weg van de leegte’, is een boeddhistische Mahayāna-traditie, bekend geworden door Nāgārjuna en Aśvaghoṣa. De volgelingen worden aangeduid als “Mādhyamika’s.” Bron Wikipedia

*32) Binnen het boeddhisme is Maitreya (Pali: Metteyya) de toekomstige Boeddha. Maitreya is een bodhisattva, die volgens sommige boeddhisten uiteindelijk op aarde geboren zal worden, verlichting zal bereiken en een pure dhamma zal onderwijzen. Maitreya Bodhisattva wordt de opvolger van de historische Sakyamuni Boeddha. Bron Wikipedia

*33) Juweel ornament van bevrijding. Hier vindt u dit boek in het Engels

*34) Dharamshala is de woonplaats van de Dalai Lama. Meer informatie vindt u hier 

*35) Lamrim (Tibetaans: lam “pad”, rim “stadia”) is een genre van bondige samenvattingen van de boeddhistische weg naar verlossing, zoals die in het Tibetaans boeddhisme gebruikt worden. De basis voor dit genre is “Een lamp voor het pad naar de verlichting” van Atisha, maar is ook door andere Tibetaanse leraren beschreven. De Lamrim traditie vormt vooral binnen de gelug- en de kagyütradities van het Tibetaans boeddhisme de basis voor het onderricht. Bron Wikipedia 

*36) Atiśa Dipamkarashrijnana (Vajrayogini (Bengalen), 982-Lethan (bij Lhasa),1054) was een boeddhistische leraar die het boeddhisme herintroduceerde in Tibet. Hij studeerde alle tradities van het boeddhisme in India en verbleef twaalf jaar in Sumatra. Hij wordt samen met Marpa tot de belangrijkste personen gerekend die verantwoordelijk waren voor de tweede verspreiding van het boeddhisme in Tibet. Bron Wikipedia

*37) Bodhipathapradīpa (een lamp voor het pad naar ontwaken) is een boeddhistische tekst die in de Sanskriet is geschreven door de 11e-eeuwse leraar Atiśa en die alom werd beschouwd als zijn magnum opus. De tekst verzoent de doctrines van vele verschillende boeddhistische scholen en filosofieën, en is opmerkelijk voor de introductie van de drie niveaus van spiritueel streven: mindere, middelmatige en superieure, die op haar beurt de basis werd voor de Lamrim-traditie. Bron Wikipedia 

*38) Guge was een Tibetaans koninkrijk in het zuidwesten van het Tibetaans plateau. Het werd gesticht in de 10e eeuw. Het koninkrijk kwam globaal overeen met het gebied van een van de tien districten, waarin het voormalige koninkrijk Zhangzhung was verdeeld nadat het in de 7e eeuw geannexeerd was door het Tibetaanse rijk. Bron Wikipedia 

*39) Zhangzhung was een preboeddhistische beschaving en gebied in het westen en noordwesten van het Tibetaans plateau. De aanvangsperiode van deze cultuur is rond 550 v.Chr. De periode van deze beschaving maakt deel uit van de prehistorie van TibetHet gebied werd in de eerste helft van de zevende eeuw veroverd door het expanderende Tibetaanse rijk. De beschaving van Zhangzhung werd in de achtste eeuw en negende eeuw geassimileerd met de Tibetaanse. In de hoogst gelegen en meest geïsoleerde delen van Zhangzhung bleef die cultuur zich tot na 1100 handhaven. Bron Wikipedia

*40) Bhãvanãkrama van Acharya Kamalashila (9de eeuw) is een groot Indiase geleerde en heilige, die ook enige tijd in Tibet verbleef. Het betreft een handleiding voor de verschillende stadia van meditatie die naar verlichting leiden. De essentie van deze verhandeling wordt gevormd door de ‘boddhicitta-geest’ (het streven de verlichting te bereiken voor het welzijn van alle andere levende wezens) en de zuivere zienswijze (het realiseren van de werkelijke aard der dingen, n.l. de leegte). Bron Bol.com 

*41) Kamalashila (Sanskriet: Kamalaśīla) was een Indiaas boeddhistisch geestelijke. Hij werd opgeleid in het Mahavihara (Groot Klooster) van Nalanda en was werkzaam tussen 713 en 763. Hij begeleidde Shantarakshita tijdens diens reis naar Tibet die zij ondernamen op uitnodiging van koning Trisong Detsen. Bron Wikipedia 

*42) Trisong DetsenWylie: Khri-Srong-Ide-brtsan, (742-ca. 800) wordt in de traditionele lijst van de koningen van Tibet als de achtendertigste benoemd.Bron Wikipedia 

*43) Kadampa boeddhisme is een school binnen de Vajrayana van het Mahayana boeddhisme, die werd opgericht door de Indiase boeddhistische meester Atisha<(982-1054). Zijn volgelingen staan bekend als kadampa’s. Ka betekent woord en refereert aan de leringen van de Boeddhadam refereert aan Atisha’s speciale leringen over de stadia op het pad naar verlichting. Bron Wikipedia 

*44) De Jatakaverhalen uit het Pali Canon zijn verhalen over de vorige levens van de Boeddha, toen hij een bodhisattva was, strevend naar het perfectioneren van de paramitas (karaktereigenschappen). Bron Wikipedia 

*45) De Udānavarga is een vroege Boeddhistische verzameling van lokaal georganiseerde hoofdstukken (Sanskriet: varga) van aforistische verzen of “uitspraken” (Sanskriet: udāna) toegeschreven aan de Boeddha en zijn discipelen. Bron Wikipedia 

*46) Bhūmi is de 32 en 33 plaats bij het uitgaande proces van het Mahayana-ontwaken. In het Boeddhisme werden de monniken die in Bhūmi aankwamen aanvankelijk śrāvakas genoemd in tegenstelling tot het brahminisme. Śakro devānām en Trāyastriṃśa worden samen “Bhūmi nivāsin” genoemd. >Bron Wikipedia 

*47) Mahāyāna Sūtrālamkāra kārikā “The Adornment of Mahayana sutras”) is een belangrijk werk van de boeddhistische filosofie toegeschreven aan Maitreya-nātha zoals gedicteerd aan Asanga. De tekst, geschreven in verzen, presenteert het Mahayana-pad vanuit het perspectief van Yogacara. Bron Wikipedia

*48) De Śikṣāsamuccaya (“Training Anthology”) is een prozawerk in negentien hoofdstukken. Het is georganiseerd als een commentaar op zevenentwintig korte mnemonische verzen bekend als de Śikṣāsamuccaya Kārikā. Het bestaat voornamelijk uit citaten (van verschillende lengte) van sūtra’s, gezaghebbende teksten die beschouwd worden als het woord van de Boeddha – in het algemeen die sūtra’s die geassocieerd zijn met de Mahāyāna-traditie, inclusief de Samadhiraja Sutra.
Bron Wikipedia

*49) Lama Tsongkhapa Tsongkha (1357–1419) was de grondlegger van het gedachtegoed van de gelug-traditie binnen het Tibetaans boeddhisme. Hij was de belangrijkste hervormer in de geschiedenis van dat boeddhisme. Bron Wikipedia

*50) Lamrim Chenmo of ‘De Grote Expositie van het Pad van het Pad’ is misschien wel het meest beroemde werk van Tsongkhapa Lobzang Drakpa, geschreven in 1402. Bron Rigpawiki>

*51) Bodhicitta is een boeddhistisch concept, dat letterlijk “verlichtingsgeest” betekent. Bodhi betekent inzicht of ontwaken, en wordt in het westen vertaald als verlichting. Citta betekent geest. Bron Wikipedia 

*52) Chitta is één van de vier aspecten van Bewustzijn. Bron ananda.org 

*53) Nāgārjuna’s Ratnāvalī In de Precious Garland, biedt Nagarjuna advies over hoe we ons leven kunnen leiden en hoe we sociaal beleid kunnen bouwen dat een weerspiegeling is van boeddhistische idealen Rigpawiki

*54) Potowa Rinchen Sal (1027-1105) Één van de drie belangrijkste studenten van Dromtönpa, en degene die in het allzijn belangrijkste geschriften ontving. Bron Wikipedia 

*55) Geshe Langri Tangpa (1054-1123) is een belangrijke figuur in de lijn van de Kadampa en Gelug scholen van het Tibetaans Boeddhisme. Hij werd geboren in Centraal-Tibet, als Dorje Senge. Zijn naam is afgeleid van Langtang, het gebied waarin hij zou hebben geleefd. Hij was een Kadampa-meester en discipel van Potowa. Bron Wikipedia 

*56) Sharawa Yonten Dragpa (1070 , † 1141), kortom: Sharawa (sha ra ba), was een belangrijke Kadampa Geshe, een vertegenwoordiger van de Kadam -School van het Tibetaanse boeddhisme . Hij was een van de belangrijkste studenten van Potowa en leraar van Chekawa. Bron Wikipedia 

*57) De 6 perfectie’s. De 6 Paramita’s De zes paramita’s of ‘transcendente perfecties’ omvatten de training van een bodhisattva, die is bodhichitta in actie. Bron Rigpawiki 

*58) In de Precious Garlandbiedt Nagarjuna advies over hoe we ons leven kunnen leiden en hoe we een sociaal beleid kunnen construeren dat een weerspiegeling is van boeddhistische idealen. Bron Rigpawiki 

*59) Tonglen is de praktijk van het ‘geven’ of ‘zenden’ (tong) van geluk en welzijn en het ‘ontvangen’ of ‘nemen’ (len) van pijn en lijden. Het maakt deel uit van de instructies voor ‘mind training’ (Tib. Lojong) die door Lord Atisha naar Tibet is gebracht en is specifiek gerelateerd aan relatieve bodhichitta. Bron Rigpawiki

*60) Paticcasamuppãdanaya: het Afhankelijk ontstaan beschrijft de samenhang en wisselwerking van alles in en om ons heen. Hiermee is het tevens de wet van oorzaak-en-gevolg en een zeer essentieel onderdeel van de boeddhistische filosofie. Bron Dharma-Lotus 

*61) Sunyata (ook wel shunyata of het Pali suññata is een centraal begrip in het boeddhisme en wordt in het Nederlands vaak vertaald met het woord Leegte. Bron Wikipedia

Naslagwerk:
– Comentary on Chandrakiriti’s entrance to the Middle Way
– The juwel ornament of Liberation
– Lamrim een samenvatting van de stadia van het pad naar de verlichting
– Bodhisattvacharyavatara, Shantideva vertaling in Engels door Stephan Bachelor
– Nagarjuna’s precous Garland 

NAAR BOVEN