Ken je het gevoel? Je loopt in de natuur en wordt helemaal opgenomen door wat je ervaart. Vol van geluk geniet je b.v. van een vogel die zijn lied fluit, een heerlijke ruikende bloem of de zon die door de bladeren op het mos schijnt. Voor mij is zo’n ervaring het sterkst in de natuur, maar je zou het ook kunnen hebben bij een maaltijd die je nuttigt, of een mooi muziekstuk dat je hoort.

Wat er op dat moment gebeurd is dat je zintuigen één zijn met dat wat je ervaart. Er is geen gedachte, geen oordeel en waarschijnlijk zelfs geen spanning in je lichaam. Jij en dat wat je ervaart zijn op dat moment één. Maar zodra je gaat nadenken over de ervaring, doe je een stapje terug en is de éénheid verbroken. Wat overblijft is jij en de ervaring.

In de Fukanzazengi*1 is hierover de volgende aanwijzing:
“Weet dat zodra we het geringste onderscheid maken, oefening en verlichting mijlenver uiteen staan. Want waar tegenstellingen verschijnen is de Geest van Boeddha uit het oog verloren.”

Dit fragment verwijst naar een fragment uit de Hsin Hsin Ming*2:
“Al bij het minste onderscheid verwijdert de weg zich zover als de hemel van de aarde. Om het inzicht te verwerkelijken, behoor je nog voor, noch tegen te zijn. De strijd tussen voor- en afkeur zelf is de ziekte van de geest. Blijf niet steken in dualistisch denken en vermijdt het ernstig de weg te willen bereiken. Als er maar het geringste spoor van voor of tegen is, zal de geest zich verliezen in verwarring. “

Het kan behulpzaam zijn om in het dagelijks leven alert te zijn op de vele gedachtes die verband houden met het vormen van een mening. En daarop bewust de keuze te maken of het noodzakelijk is om over een bepaalde gedachte verder na te denken of om deze uit te spreken of niet.

Het is echter nog behulpzamer om je aandacht te leggen op de éénheid, om je telkens weer op nieuw te verbinden met dit moment. Op dit moment is er niets meer dan ik die dit vertel of jij die dit leest.
En als je bij het tot je nemen van deze tekst al gedachtes krijgt, ben je eigenlijk al niet meer in dit moment. Waarmee de éénheid veranderd is in dualiteit.

Zenbeoefening stopt niet zodra we ons kussen verlaten. Op ons kussen creëren we de meest ideale omstandigheid om zonder enige afleiding alles wat er nu is waar te nemen. Om zo onszelf te trainen om ons Gewaarzijn te vergroten. En die beoefening zet zich voort in het dagelijks leven.

Meer en meer zal je door de meditatiebeoefening in het dagelijks leven gewaar worden van je gedachtepatronen.
Meer en meer zal je daarbij gewaarzijn van je fysieke lichaam.
En hoe meer je je gewaar wordt van je gedachtes, hoe sterker de wens zal worden om zachtheid te krijgen in dit denken en spreken.
Waarbij het noodzakelijk is om ook fysiek zacht te worden.
Want lichaam en geest zijn één, net zoals jij en de wereld om je heen, één zijn.

Eénheid is zachtheid
Eénheid is grenzeloos
Eénheid is vrij van lijden.
Eénheid is pure Liefde.
Eénheid is het gevoel van thuiskomen.

Dit omdat wij Boeddha zijn.
Dit omdat alles buiten ons Boeddha is.
Dit omdat er geen onderscheidt is tussen de Boeddha die wij zijn en de Boeddha buiten ons.

Het ervaren van de verbinding van wij als Boeddha met de Boeddha buiten ons zorgt ervoor dat we ervaren wie wij echt zijn.
En langzaamaan zal daarbij het besef komen dat de wereld niet om jou of mij heen draait, dat jij niet het centrum van de wereld bent. En met dat besef zal het egocentrisch denken verzwakken en de drang om onderscheid te maken. De tegenstellingen verdwijnen en de Geest van de Boeddha zal zich tonen.

Net zoals de Fukanzazenghi ons al leert:
“Weet dat zodra we het geringste onderscheid maken, oefening en verlichting mijlenver uiteen staan. Want waar tegenstellingen verschijnen is de Geest van Boeddha uit het oog verloren.”

*1 Dogens aanwijzingen bij het mediteren
*2 Geschreven door de 3de patriarch Sosan